- Blog

JES stadslabo blogt...

19/04
blogfoto

Voetbaltoernooi SHOOT! blijft een sterk recept

Het weekend van 6 april zette JES Borgerhout de lente stevig in met de 13e editie van SHOOT!

Het waren 3 stralende dagen vol voetbal en plezier. Vrijdag was het de beurt aan de kinderen en tieners. 7 ploegen met kinderen en 16 ploegen met tieners streden om de winnende plaats, met bij de tieners de Senne Boys als uiteindelijke winnaar. Zaterdag startten de voorrondes van de 16plussers en in de avond kon jong en oud genieten van muziekoptredens. Kalouri en Para Turk openden het podium, maar ook enkele getalenteerde jongeren uit de buurt waagden een kansje op het podium. Als kers op de taart organiseerde JES samen met meer dan 50 vrijwilligers een gezellig buurtfeest. Er was voor ieder wat wils… 8 sportieve damesploegjes schreven zich in bij LadieSHOOT, een ladies only voetbaltornooi. Verder was er een gezellige theehoek – de zitbanken werden gebouwd door meisjes van JES Borgerhout - en een groot aanbod voor kinderen. Aan het einde van de dag streden de finaleploegen om de titel “winnaar SHOOT 2018”. FC Mechanic ging uiteindelijk met de beker naar huis.

Het was een warme dag, letterlijk én figuurlijk. En dat hebben we alleen maar te danken aan de keiharde inzet van de vele vrijwilligers en aan de collega’s van JES en Kras Jeugdwerk! Op naar de 14e editie…
deel op Google+ deel op Twitter
19/04
blogfoto

Voetbaltoernooi SHOOT! blijft een sterk recept

Het weekend van 6 april zette JES Borgerhout de lente stevig in met de 13e editie van SHOOT!

Het waren 3 stralende dagen vol voetbal en plezier. Vrijdag was het de beurt aan de kinderen en tieners. 7 ploegen met kinderen en 16 ploegen met tieners streden om de winnende plaats, met bij de tieners de Senne Boys als uiteindelijke winnaar. Zaterdag startten de voorrondes van de 16plussers en in de avond kon jong en oud genieten van muziekoptredens. Kalouri en Para Turk openden het podium, maar ook enkele getalenteerde jongeren uit de buurt waagden een kansje op het podium. Als kers op de taart organiseerde JES samen met meer dan 50 vrijwilligers een gezellig buurtfeest. Er was voor ieder wat wils… 8 sportieve damesploegjes schreven zich in bij LadieSHOOT, een ladies only voetbaltornooi. Verder was er een gezellige theehoek – de zitbanken werden gebouwd door meisjes van JES Borgerhout - en een groot aanbod voor kinderen. Aan het einde van de dag streden de finaleploegen om de titel “winnaar SHOOT 2018”. FC Mechanic ging uiteindelijk met de beker naar huis.

Het was een warme dag, letterlijk én figuurlijk. En dat hebben we alleen maar te danken aan de keiharde inzet van de vele vrijwilligers en aan de collega’s van JES en Kras Jeugdwerk! Op naar de 14e editie…
deel op Google+ deel op Twitter
18/04
blogfoto

Jongeren ontwerpen zitmeubel met buurtbudget

Jongeren van de tienerwerking van JES ontwierpen samen met Levanto en met behulp van het buurtbudget een zitmeubel voor het speelterrein in de Tweemontstraat in Deurne.

JES ziet kinderen en jongeren als mede-eigenaars van de publieke ruimte waarin ze zich begeven.

Onze jonge doelgroep kijkt vanuit hun leefwereld kritisch naar de publieke ruimte, maar komt ook met alternatieven om deze te verbeteren. Zij gaven aan dat er een gebrek was aan zitopties op het speelplein aan onze werking in de Tweemontstraat 288 in de wijk Kronenburg.

Samen met hen onderzochten we de opties om een zitmeubel te maken naar hun noden en wensen. Het ontwerp van het meubel gebeurde in samenwerking met Houtatelier Levanto. Jongeren gaven aan hoe het meubel er diende uit te zien en wat een geschikte locatie was om het te plaatsen. Na goedkeuring van het uiteindelijke ontwerp ging het Houtatelier aan de slag met de productie van het meubel.

Het zitmeubel werd door jongeren uit onze werking, onder begeleiding van medewerkers van het Houtatelier Levanto, gemonteerd op 12 april 2018. Aansluitend organiseerden wij een toonmoment waarbij buurtbewoners en partners van harte waren uitgenodigd.

Dit project werd uitgewerkt met de gewaardeerde steun van het project Buurtbudget van het District Deurne.
deel op Google+ deel op Twitter
01/03
blogfoto

5.000 m² om maximaal te besteden voor de Brusselaars

Op 27 februari kwamen coördinatoren en directies bij elkaar om te debatteren over de invulling van het Citroën-gebouw aan het kanaal, stek voor een toekomstig museum voor hedendaagse kunst en voor het CIVA (Stichting voor architectuur). DIt gebouw, en project, onder de noemer Kanal, zal bovendien 5.000m² publieke ruimte bevatten.

Tijdens deze bijeenkomst intervenieerden mensen uit de culturele wereld, het onderwijs en de jeugdsector. Dit is de interventie van D'Broej en JES.


De parabel van het voetbalveld en de kicker


Op verzoek van RAB/BKO en Lasso sprak Reda Dhabi, jeugdwerker, op 27 februari ’18 in naam van D’Broej en JES voor de Brusselse cultuursector en Yves Goldstein van vzw Kanal, om van een jongeren perspectief aan te geven welke plek Kanal kan en moet zijn voor Brusselaars.

Brussel, jonge stad

Het ambitieuze project Kanal is bestemd voor alle Brusselaars. Laten we die Brusselse bevolking even van naderbij bekijken. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is met zijn 1.19 miljoen inwoners nog nooit zo fel bevolkt geweest als nu. En vooral: de bevolking is erg jong.

41% van de Brusselse bevolking is jonger dan 30 jaar. Vooral de vijfhoek en de kanaalzone hebben een erg jonge bevolking. In de top 10 van Belgische gemeentes met de jongste bevolking, staan 8 Brusselse gemeentes, met in de top 3: Schaarbeek, Sint-Joost-ten-Node en Sint-Jans-Molenbeek.

We zeggen vaak dat de toekomst in handen van de jeugd ligt. Zeer zeker, maar de jeugd is bovenal het heden, de motor van de stad én de beste ambassadeur denkbaar. De jeugd, dat is geen modetrend. Ze is er, de jongeren en kinderen zijn met véél en dat zal de komende decennia, ja zelfs eeuwen, ook zo blijven.


Langs het Kanal

Laten we nu de wijk rond Kanal en de inwoners ervan verkennen. Om een idee te geven in welke mate de Brusselse bevolking behoefte heeft aan ruimte, volgen enkele cijfers over het aantal inwoners per vierkante kilometer.

België: 371 inwoners/km²
Gent: 1.607 inwoners/km² - Charleroi: 1.972 inwoners/km² - Luik: 2.852 inwoners/km² - Borgerhout: 12.712 inwoners/km²

Het Brussels Gewest: 7.282 inwoners/km²
Molenbeek: 16.222 inwoners/km² - Oud-Molenbeek & Maritiem wijk: 26.515 inwoners/km²

Mocht je de bevolkingsdichtheid in België voorstellen met één voet in een vierkant van 1m bij 1m, dan moeten er voor het volledige Brussels Hoofdstedelijk Gewest 7 personen in dat vierkant en langs het kanaal 26,5 personen. 53 voeten dus op 1m²!

Kortom, de mensen die in de wijken rond Kanal wonen, hebben bijzonder weinig ruimte om te bewegen, zich uit te leven, elkaar te ontmoeten. Om te leven.

Het is een wijk die lijdt aan een permanent gebrek aan ontspanningsmogelijkheden en recreatieruimte. Een wijk met een tekort aan zuurstof. En dergelijke wijken zijn er helaas veel in Brussel.

5.000m² van 35.000m². En de stad komt op adem. Of toch een beetje.

5.000m² openbare ruimte op een totaal van 35.000m². Op welke manier kan die plek een meerwaarde betekenen voor het museum én voor Brussel?

Concreet: 5.000m² dat is de oppervlakte van een voetbalveld.

Die vergelijking is niet toevallig, want de jonge Brusselse bevolking wil zich uitleven, bewegen, kunnen ademen in deze zo intense en dichtbevolkte stad. En ja, dat kan uiteraard door voetbal te spelen, maar ook via een ruime waaier aan stadssporten zoals dans, skateboarding, basketbal, yoga, enzovoort. Gezinnen met jonge kinderen staan te popelen om er elkaar te ontmoeten in een gezellige, meertalige en ludieke setting.

De openbare ruimte kan ook de ontwikkeling van creatief lokaal talent ondersteunen: theater, muziek, improvisatie, fotografie. Ook op dat vlak kan Kanal een significante rol spelen. Tegelijkertijd diversifiëren de gebruikers van de publieke ruimte zo het culturele aanbod.

We pleiten voor een multifunctionele en goed doordachte invulling van deze ruimte, die zuurstof kan geven aan de bezoekers én aan de stad.

Toegankelijkheid 2.0

Op basis van onze dagelijkse ervaring met kinderen en jongeren, wens ik ook het belang van mede-eigenaarschap te beklemtonen. De jongeren moeten zich de plek op de ene of de andere manier eigen maken. Zonder dit engagement van beide partijen, stevenen we af op een leegte gevuld met occasionele voorbijgangers, veeleer dan een ontmoetingspool met toegewijde deelnemers.

En die toegewijde Brusselaars, plaats je ook best goed in het zicht van Kanal. In de vitrine. En we weten allemaal hoe groot die is! Door te tonen dat Kanal over een publiek luik beschikt dat gevarieerd is en bestemd is voor álle Brusselaars, kan het museum zich ontpoppen tot een katalysator.

Zo goed als alle Brusselse socio-culturele organisaties kapen met een nijpend plaatsgebrek. Als wij morgen 5.000m² ter beschikking krijgen, garanderen we dat die ruimte, 7 dagen op 7 en 16u op 24u, volk trekt met een ultra-gevarieerd aanbod. Maar het zou te makkelijk zijn om aan het verenigingsleven te vragen zich er te vestigen.

Laten we moedig zijn. En de ruimte rechtstreeks aan de Brusselaars geven. En dat zonder een officieel op voorhand vastgelegd aanbod, zonder al strakke structuur. Laten we de inwoners van Brussel de luxe gunnen om zich een functie en een invulling van deze plek te verbeelden. Enkel dankzij die invulling op hun maat, zullen ze zich de ruimte mee eigen maken.

En waarom zou Kanal geen pioniersrol kunnen spelen op het vlak van betrokkenheid? Vraag gerust aan de Brusselse jeugd wat hun mening is over de infrastructuur, de inrichting van het gehele project Kanal. Door de jongeren een actieve rol te geven, zullen ze er zich meteen thuis voelen. Dat is pure en echte toegankelijkheid.

No more kickers

Kortom, we moeten nader tot elkaar komen. Letterlijk. Want zodra de jongeren, de kinderen en hun ouders de weg gevonden zullen hebben naar Kanal omdat ze er iets kunnen doen dat inhaakt op hun dagelijks leven, zal het veel makkelijker zijn om hen ook uit te nodigen in het Museum voor Hedendaagse Kunst zelf – een culturele toplocatie die voor de meesten onder hen mentaal vaak te ver staat van hun dagelijks bestaan.

Wij zijn meer dan bereid om met de directie van Kanal en met de andere Brusselse actoren en partners na te denken over de toekomstige invulling van deze openbare ruimte en dat met gevoel voor verantwoordelijkheid.

Gezien het permanente gebrek aan publieke ruimte in deze stad, is die verantwoordelijkheid van de Brusselse regering en de directie van Kanal enorm groot. Wij willen die verantwoordelijkheid delen door de dialoog op te starten. Wij staan dagelijks in contact met de Brusselse jeugd en staan klaar om met u én met hen na te denken over de mogelijkheden van deze unieke plek.

Maar nu al pleiten we voor een doordachte, multifunctionele en maximale inrichting van de fameuze 5.000m² in functie van de jongeren, de kinderen en hun ouders. Zo komt de oppervlakte van een voetbalveld ten dienste van een hele generatie jonge Brusselaars boordevol talent, verschillende interesses en noden.

Gebruik deze 5.000m² voluit. Want geloof mij, kickers van 1m² hebben we al genoeg staan in onze jeugdhuizen.

Gebracht door
Reda Dhabi, 13 jaar ervaring als jeugdwerker met Brusselse jongeren en kinderen. Maakt deel uit van het team van D’Broej en spreekt vandaag uit naam van
d’broej en JES, twee organisaties met een unieke en jarenlange ervaring met het werken met kinderen en jongeren en de manier waarop ze opgroeien en leven in Brussel. Dat groot worden loopt soms vlot, maar heel vaak ook stroef.
Contact @ JES: Liselotte Vanheukelom, Coördinator Jeugdwerk, 02 411 68 83
Contact @ D’Broej: Inge Loodsteen, Algemene Coördinator, 02 412 06 50
deel op Google+ deel op Twitter
09/02
blogfoto

Relaas van een straathoekwerker …

Straathoekwerkers, ze worden vaak de voelsprieten van de stad genoemd. Dagelijks trekken ze naar straten, pleintjes, cafés … waar mensen zich bevinden. Ze ervaren en voelen wat er leeft in de stad. Ze zijn een aanspreekpunt voor iedereen, maar vooral voor mensen die door de mazen van het maatschappelijk vangnet dreigen te glippen. Met dit persoonlijk verhaal van een van onze straathoekwerkers nemen we je even mee, schetsen we een van de vele situaties waarmee onze straathoekwerkers geconfronteerd worden. Een wereld waarin wordt meegeleefd met elk succes en met elke tegenslag. Een wereld waarin je het als werker soms ook niet allemaal weet en meer dan eens Kafka tegenkomt.

De laatste woorden die Costel* en ik elkaar toeriepen waren niet hartelijk. Daar heb ik nu spijt van. Ik herinner mij die dag nog goed. We hadden afgesproken op de gebruikelijke plaats om samen naar het OCMW te gaan. Daar hadden we de voorbije jaren elkaar al zo vaak getroffen. Ideaal om een administratieve démarche voor te bereiden. Vandaag wist hij niet meer waar die plek zich bevond. Het was niet de eerste keer dat dit voorviel. Een bestendig dieet van alcohol en miserie had zijn denkvermogen gradueel in een steeds dichter wordende mist gehuld. De nachten op de koude Brusselse straten brachten meer en meer fysieke en mentale problemen met zich mee. De laatste maanden waren er regelmatig momenten dat hij de weg in zijn hoofd helemaal kwijt was. Vandaag was er zo één. Na een kwartier wachten belde ik hem op. Ik hoorde hoe Costel aan de andere kant van de lijn me paniekerig toeschreeuwde. Hij wist niet waar hij was, noch waar hij naartoe moest. Ik vroeg hem de omgeving te omschrijven zodat ik hem kon vinden. Na wat zoeken, trof ik hem gedesoriënteerd en zwetend op een bankje. Zijn gezicht was rood aangelopen en ik zag dat hij de tranen nabij was. Ik probeerde hem te kalmeren door hem half grappend te complimenteren met de manier waarop hij zijn omgeving omschreef. Hij keek me aan met een lege blik. Mijn halfbakken poging tot humor ontging hem totaal. Dit was symptomatisch voor onze communicatie de laatste maanden. Hij begreep het niet meer. En alles wat hij niet vatte, maakte hem boos en bang. Mijn verschijning was sluipend gedegradeerd tot een randfiguur die de angst probeerde weg te halen, maar te veel terrein had verloren.

Ik gaf Costel een paar minuten om bij te komen en zette nog eens uiteen wat het plan was: we gingen samen naar het OCMW de laatste papieren binnenbrengen om zijn bril aan te vragen. De mist bevond zich namelijk voor én achter zijn ogen. Hij knikte stellig, fier dat hij het nog wist. De ervaringen die Costel had met het OCMW lieten bij hem een sterke indruk na. Hij was al een tijdje bezig met de aanvraag, die aanvankelijk simpel leek, maar op den duur omsloeg in een ware calvarietocht. Elke keer dat Costel naar het OCMW ging om het 'laatste' document voor de aanvraag binnen te brengen, bleek er altijd wel nog iets niet in orde. Dit proces was al een tijdje bezig en het viel hem zwaar. Hij begreep er almaar minder van. Zijn ogen gingen snel achteruit en hij kreeg niet uitgelegd dat er snel een oplossing nodig was. De bureaucratische logica die hem elke keer door het OCMW als vanzelfsprekend voor de voeten werd geworpen, vatte hij niet. De aanvraag voor de bril was de kwelduivel die hem dieper en dieper deed wegzinken.

Vandaag zou hier een einde aan komen. Toen Costel me een tijd geleden aansprak om hem te helpen met zijn aanvraag belde ik een paar keer naar het OCMW om te vragen wat er nog nodig was. De enige manier om vooruitgang te boeken lag toen in de acceptatie van deze bureaucratische logica. Er zat niets anders op dan de lijst met voorwaarden strikt af te werken. Veel tijd voor uitleg was er niet, we moesten voortmaken, want elk document dat we binnen brachten had een houdbaarheidsdatum. De OCMW-aanpak besmette mijn contact met Costel. Dit zou me nog zuur opbreken. Vandaag was het lijstje afgewerkt en kondigde ons laatste bezoek aan, onze laatste keer in die wachtzaal. Eindelijk!

Toen we aankwamen vonden we de wachtzaal van het OCMW in de lijn van de verwachtingen: overvol en zuurstofarm. Nu kon het spel beginnen: in de rij staan, dan de medische kaart en identiteitskaart laten zien, dan een nummertje krijgen en wachten. Dit waren we ondertussen al gewoon. Ik begeleidde Costel naar zijn stoel en probeerde hem nog eens uit te leggen dat we nu moesten wachten. Na drie kwartier leek de verlossing nabij en mochten we plaatsnemen in het bureau van de OCMW-medewerker die Costel uit zijn lijden kon verlossen. Costel had me ervoor in de wachtzaal een hele hoop papieren toegestopt. Daar had ik de documenten die nodig waren uitgefilterd en klaargemaakt. Opgelucht gaf ik ze af. We keken allebei nauwgezet naar de reactie van de OCMW-medewerker tegenover ons. Initieel was haar reactie positief. Ze glimlachte en bracht de gegevens van Costel in. Ik keek naar Costel en knikte. Hij toonde mij zijn diep gerimpelde glimlach. Het was al een tijd geleden dat ik hem zo nog had gezien. Opeens stokte de adem van de persoon tegenover mij. Ze keek naar mij en zei dat er een probleem was. Blijkbaar had Costel drie jaar geleden al eens een bril aangevraagd aan het OCMW. Ik kwam uit de lucht gevallen. Costel aanvankelijk ook, maar toen herinnerde hij zich dat zijn oude bril gestolen was. De OCMW-medewerkster vroeg of Costel toen een officiële verklaring aflegde om de diefstal te melden. En of hij dat papier nog had? Ik keek naar Costel en wist het antwoord al nog voor ik de boodschap voor hem vertaalde. Tien minuten later stonden we onverrichter zake terug op straat. De OCMW-medewerkster had uitgelegd dat een uitzondering moest worden goedgekeurd door het OCMW. Dit zou zodanig lang op zich laten wachten, dat alle doktersattesten en offertes zouden verlopen en opnieuw aangevraagd moesten worden.

Costel stond helemaal terug aan het begin. Alle voorgaande stappen bleken zinloos. De woede en verwarring brandden in zijn ogen. Hij nam mijn beeld in zich op. Ik voelde zijn wantrouwen en paranoia groeien. We kenden elkaar al twee jaar, maar hij leek zijn beeld van mij bij te stellen. Hij begon mij met zijn problemen te vereenzelvigen. Hij begon te praten en te roepen. Iedereen was tegen hem. Ook ik. We speelden allemaal onder hetzelfde hoedje. We waren alleen maar uit om eigen profijt uit zijn miserie te halen. Ik probeerde hem nog moed in te spreken. Ik probeerde nog te vertellen dat het maar papieren waren. Dat we opnieuw zouden beginnen en dat het wel goed zou komen. Het mocht niet meer baten. Hij riep, vloekte en wandelde de andere richting op. Het laatste wat ik hoorde was dat ik hem niet achterna moest komen. Dat ik geen moeite meer moest doen. Een kleine maand later, de dag na mijn verlof, kreeg ik telefoon van een collega straathoekwerker dat Costel de week ervoor in het ziekenhuis was opgenomen en was overleden. Hij had het leven, en de strijd die hij ervoor moest leveren, opgegeven. Hij had zich na onze laatste ontmoeting helemaal laten gaan. Hij had de alcohol zijn werk laten doen om zo in slaap te vallen en nooit meer op de koude beton wakker te moeten worden.

*Costel is een fictieve naam.
deel op Google+ deel op Twitter
05/12
blogfoto

Compagnons: bruggenbouwers in de Kanaalzone

‘Compagnons’ is een ‘bruggenbouwersproject’ ondersteund door Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel Sven Gatz én de verzamelnaam van een 20-tal jongeren tussen de 17 en 20 jaar in de Brusselse Kanaalzone.

Wie zijn ze?

De Compagnons vormen een gemengde groep qua gender, opleidingsniveau en sociaal-economische achtergrond. De ene helft van de groep is ‘diehard’ vrijwilliger in een organisatie, de andere helft is nog zoekende in zijn engagement en vrijetijdsbesteding.

Wat doen ze?

We doorlopen met deze jongeren een traject van 18 maanden waarbij we op vier pistes zullen werken: vormingen die jongeren zelf uitwerken, wijkwandelingen, netwerkverbreding en het opzetten van een internationale uitwisseling. Die pistes kwamen er na een brainstorm met de jongeren zelf, maar ook door een zoektocht van de jeugdwerkers om jongeren een positieve rol te geven, die aansluit bij hun talenten.

Waarom doen we dit?


Op deze manier trachten we een antwoord te bieden op de nood die we in kwetsbare wijken ervaren aan jeugdige bruggenbouwers: jongeren die een voorbeeldfunctie vervullen voor anderen, in wederzijds vertrouwen en op basis van gelijkwaardigheid, hen een ruimere blik kunnen geven op hun toekomst en/of andere jongeren kunnen ondersteunen in hun zoektocht naar organisaties, persoonlijke ontwikkeling, vrijetijdsbesteding, …

Hoe doen we dit?

Tijdens dit traject wordt er zowel aandacht besteed aan groepsdynamica (het vormen van een groep) als individuele coaching. Aan de hand van weekends en activiteiten leren de jongeren elkaar, zichzelf, de jeugdwerker en de vrijwilligers van JES beter kennen en worden ze uitgedaagd en ondersteund om beetje bij beetje hun engagement en motivatie vorm te geven. De jongeren zitten hierbij altijd aan het stuur van hun eigen traject.

Ondersteuning

De Compagnons worden ondersteund door onze jeugdwerker Sarah en vrijwilliger Mohamed Kalifa. Daarnaast worden ze omkaderd door een stuurgroep die bestaat uit vrijwilligers van JES (de Souffleurs), jeugdwerkers en enkele enthousiaste werkers uit het Brusselse netwerk.

De AP Hogeschool doet op haar beurt een onderzoek op alle goedgekeurde bruggenbouwersprojecten met de vraag ‘Wat is een Bruggenbouwer?’. Met deze vraag gingen we al meteen aan de slag tijdens de eerste stuurgroepvergadering. Bottom line: ‘Vertrouwen is de basis!’
deel op Google+ deel op Twitter
13/11
blogfoto

J100 in Antwerpen: een plek waar jongeren hun verhaal kwijt kunnen

Sinds 1 augustus zet Margot Van Look als projectmedewerker bij JES haar schouders onder de J100. De J100 is een project van Antwerpse jeugdorganisaties (waaronder JES) om de positie van jongeren in de stad te versterken door hen een stem te geven en hen in dialoog te laten gaan.

Waarover wordt er allemaal gesproken binnen de J100? Welke thema's komen zoal aan bod?
Margot: Er wordt over heel wat verschillende onderwerpen gesproken. Op dit moment zijn de ‘hot items’: politie, media, samenleving, seksualiteit, werk, vrijwilligers/vrije tijd, probleemjongeren, drugs en alcohol.

Met wie gaan de jongeren allemaal in dialoog?
Margot: Maandelijks gaan de jongeren met elkaar in dialoog. Op deze bijeenkomst zijn er telkens een 50-tal jongeren aanwezig. In november 2016 hielden we ook een J100-top. Hier komen er minstens 100 jongeren op af om met elkaar te praten. Dit schooljaar komt er zeker nog zo’n J100-top! Daarnaast zijn er ook gesprekken met politici. Er komt een themacollege ‘jeugd’ aan en een lijsttrekkersdebat waarbij de jongeren de kans krijgen om in gesprek te gaan met politiekers. Ook proberen we in contact te komen met politiemensen, journalisten of media-experts als we het hebben over de thema’s ‘politie’, ‘media’ …

Wat is de 'Droomhut' en hoe ontstond het idee voor de 'Droomhut'?
Margot: De droomhut is een soort boomhut in het midden van de stad waar jongeren van de J100 hun eigen plekje kunnen vinden. Het idee is ontstaan tijdens een brainstormsessie waarbij jongeren op zoek gingen naar wat ze met de J100 graag willen bereiken. Eén van de volgende uitspraken kwam hierbij naar voren: “Toen ik een kind was, droomde ik ervan om tijd te spenderen in een boomhut. Je woont in ’t stad in een appartement of huisje en niet alle huizen hebben een tuin. Aan bomen in de publieke ruimte mag je niet komen omdat je dan een GAS-boete krijgt. Dus heb ik nooit een boomhut kunnen maken en er nooit in kunnen spelen.” (citaat J100-jongere M. Aoulad) Op dit idee is verder doorgedacht en zo zijn we tot het concept van de droomhut gekomen.

Waar zal de Droomhut komen? Wanneer zal ze klaar zijn?
Margot: De droomhut zal zijn plekje krijgen op Spoor Oost in Antwerpen. Alle jongeren van Antwerpen zullen hier gebruik van kunnen maken. We hopen begin 2018 te kunnen starten met de bouw en in de zomer van 2018 een gigantisch openingsfeest te kunnen geven.

Waarom is er in Antwerpen nood aan een J100/Droomhut?
Margot: Heel wat jongeren in Antwerpen kampen met het gevoel niet meer gehoord te worden. J100 biedt een plek waar jongeren wel hun verhaal kwijt kunnen en in gesprek kunnen gaan met elkaar over de grenzen van jeugdwerkingen heen. Op deze manier komt men in contact met elkaar waardoor we de polarisering een stuk tegengaan.

Wanneer vinden de volgende bijeenkomsten van J100 plaats? Wie kan daar allemaal naartoe komen?
Alle jongeren van Antwerpen zijn welkom op de bijeenkomsten van de J100. Er wordt aan teambuilding gedaan, er zijn brainstormsessies over de thema’s seksualiteit en politie en er worden gesprekken met politici voorbereid. 25 november hebben we een eerste wijkwandeling in Borgerhout waar jong en oud op aanwezig kan zijn.
deel op Google+ deel op Twitter
09/11
blogfoto

Korte Malibranstraat

In de gemeente Elsene organiseert JES met de deelwerking Yota! sinds 2016 een participatief traject in het kader van het duurzaam wijkcontract Maalbeek. Plaats van het gebeuren: de pittoreske Korte Malibranstraat die uitmondt in een klein parkje. Het is een oase van rust vlakbij het drukke Flageyplein.

Slechte reputatie

In tegenstelling tot Flagey is er in de Korte Malibranstraat amper volk. Het pleintje heeft een slechte reputatie. Ontrokken aan sociale controle is het een plek waar je zonder probleem je hond zijn behoefte kan laten doen in een speeltuin, kan sluikstorten, … Sommigen voelen zich net aangetrokken door de rust zoals een groep jonge gasten die geboren en getogen zijn in de wijk. Zij beschouwen de Korte Malibranstraat als het verlengde van hun woonkamer. De aanwezigheid van deze ‘hangjongeren’ is voor andere buurtbewoners dan weer een reden om het parkje te mijden.

Jeugdhuis in de Korte Malibranstraat

Isabelle Legrain van de dienst Stadsvernieuwing van de gemeente Elsene legt uit dat deze jongeren de plek als hun thuisbasis kozen omdat ze zich elders niet altijd welkom voelen. "We erkennen als gemeente de nood aan meer ruimte voor jongeren en willen een plek creëren exclusief voor hen: een jeugdhuis in de Korte Malibranstraat.
Om dit proces te begeleiden heeft de gemeente een partner op het terrein nodig. JES organiseert de participatie voor het toekomstige jeugdhuis in combinatie met een traject om de Korte Malibranstraat te reactiveren."


Margot Van de Put, projectverantwoordelijke van het duurzaam wijkcontract Maalbeek legt uit: Het is niet gemakkelijk om participatie te organiseren rond onze bouwprojecten omdat het altijd heel lang duurt voor zo’n bouwproject gerealiseerd wordt. Dat organiseren met jongeren is nog moeilijker. Dat is een vak apart. Daarom zijn we naar JES gegaan want het leek ons heel belangrijk om een participatieproces in het kader van dit project te doen zodat de jongeren zich het project zouden eigen maken. En ik denk dat we dan echt naar de experten ter zake moeten gaan en dat is Yota! en niet wij.

Terugblik op anderhalf jaar ateliers

Maar genoeg uitgelegd. Liever laten we de kinderen en animatoren aan het woord. Een terugblik op anderhalf jaar ateliers in de Korte Malibranstraat.

Neema (13 jaar) is erbij vanaf het begin:
“Ik heb Jessica (Yota!-medewerker van JES) ontmoet op een andere activiteit. Ze nodigde me uit in de 'Petite Rue Malibran' en ik vond het hier leuk. Ik ben iedere vakantie naar de ateliers gekomen, alle dagen. Ik heb zelfs vriendinnen uitgenodigd en zij vonden het ook tof. We kunnen zo ook een goeie band opbouwen met andere mensen uit de wijk. Eigenlijk willen we een project doen ‘Maison de Jeunes’ zodat iedereen uit de buurt elkaar leert kennen. Ik hou veel van dat idee.“


Zandbak, zwembad, voetbalgoals...

De hoofdmoot van activiteiten vindt plaats tijdens de schoolvakanties. Yota! zoekt telkens een evenwicht tussen stimulerende, leuke activiteiten en manieren om zich de publieke ruimte toe te eigenen. Een aantal impressies van Flora (10 jaar) en Miriam (9 jaar), Taha (8 jaar) en Youssef (8 jaar):
Flora & Miriam: Op een grote open plek konden we zand leggen. Er zaten schelpen in. Met heeeeel veel kleuren. Ik heb er super veel gevonden! En toen hebben we een opblaaszwembad gezet en er water in gedaan. En we hebben gespeeld en goed gezwommen. Het was cool!





Taha: Ik ben eens naar de Petite Rue Malibran gegaan en daar waren Ossian, Morgane en Camille (medewerkers van Collectif Baya waarmee Yota! tijdens de zomer heeft samengewerkt). We hebben dingen gebouwd. Er waren plantenbakken, voetbalgoals en borden met daarop ‘Nee aan de honden’ omdat ze anders de Kleine Malibranstraat vuil maken.




Youssef: Voor mijn tekening heb ik me laten inspireren door de 'cabane' die we bouwden in 2016, maar die we deze zomer hebben afgebroken omdat we een zandbak wilden maken. Je kon binnengaan in de cabane en er allerlei dingen doen. Het was een beetje zoals een lokaal. Toen de activiteiten gedaan waren, hebben we de cabane laten staan voor de arme mensen. [nvdr: tijdens de winter – toen er geen Yota!-activiteiten waren – hebben een familie vluchtelingen en verschillende daklozen de cabane tot hun onderkomen gemaakt].



De ‘tour de crottes de chien’

De Korte Malibranstraat en het jeugdhuis staan centraal in het traject. Voor het toekomstige jeugdhuis lag de klemtoon in 2016 op het ontwerp en de ontmoeting tussen jongeren en architecten. In de zomer van 2017 konden we het toekomstige jeugdhuis tijdelijk gebruiken. Dit maakte de plannen meer bevattelijk en concreet.



Naast het jeugdhuis werkt Yota! ook aan het reactiveren van de publieke ruimte. Samen met kinderen en jongeren uit de buurt onderzocht Yota! de troeven en gebreken van de Korte Malibranstraat. Iedere vakantie wordt een stukje verder gebouwd op deze analyse. Zoals Youssef (10 jaar) het verwoordt: We doen activiteiten om de omgeving hier te verbeteren.
Zo is de ‘tour de crottes de chien, waarbij iedere hondendrol van een fel kleurtje wordt voorzien, obligaat aan het begin van iedere vakantie. Ook het planten van ludieke vlaggetjes in de drollen en het timmeren van verbodsborden tegen hondenpoep zijn pogingen om de hondeneigenaars te sensibiliseren.



De zandbak, het plonsbadje, het bouwen, verven en afbreken van de cabane en het maken van voetbalgoals met het gerecupereerde hout zijn manieren om letterlijk iets toe te voegen aan de publieke ruimte. Om zélf aan de slag te gaan en verbetering te creëren. Maar ook om zich de Korte Malibranstraat toe te eigenen, om trots te zijn op de verwezenlijkingen. Deze acties hebben nóg een zeer belangrijke, positieve bijwerking: het verhogen van de sociale controle. Dit was ook de voornaamste motivatie om tijdens de zomer 2017 het aantal activiteiten drastisch op te drijven. Meer volk brengt niet alleen een conviviale sfeer met zich mee, maar schrikt ook sluikstorters en hondeneigenaars die zich niet aan de regels houden af. De ‘tour de crottes de chien’ werd algauw overbodig.

Gemotiveerde animatoren

Een Yota!-medewerker alleen is maar alleen. In lijn met de JES-filosofie wordt Yota! óók in Elsene bijgestaan door een groep jongeren uit de wijk die als vrijwillige animator de verschillende ateliers opluisteren. Ze begeleiden de ateliers, bouwen een band op met de kinderen en tieners. Een aantal van hen heeft de vorming ‘Animateur du quartier’* gevolgd. Ze zijn in dialoog gegaan met de architecten, hebben een filmpje gemaakt voor de Overlegcommissie van het wijkcontract over het belang van het jeugdhuis. En ze zijn gemotiveerd! Naarmate de zomer vorderde, kwamen er meer en meer animatoren een handje toesteken op dagen dat ze niet ingepland stonden.

Meriem (19 jaar) vertelt over haar engagement:
Ik ben hier animatrice geworden toen ik Jessica leerde kennen in de huiswerkklas. Het leukste deze zomer vond ik het kookatelier. Er was een dessert, voorgerecht, ‘heel de bazaar’. Dat deed ik echt graag. Alles in goede banen leiden, dat is ingewikkeld, maar uiteindelijk lukt dat! De Korte Malibranstraat is zoals een thuis voor mij. Wanneer ik naar hier kom, moet ik glimlachen. Ik voel me hier goed, het is gezellig. Iedereen komt samen, het is een beetje zoals familie. Voor ik naar hier kwam, kende ik bijna niemand. Ik dacht ‘ik kan onmogelijk iedereen leren kennen, er zijn te veel kinderen…’. Maar ik heb mijn plan getrokken. En zo heb ik hen leren kennen, ze zijn leuk, schattig, en voilà … ik hou van hen allemaal!

*Animateur du Quartier is een vorming op maat voor bestaande groepen Franstalige jongeren die deelnemen aan een traject bij JES.


Vindplaatsgericht

Tot slot nog een woordje over de groep waarmee deze tekst begon: de oudere gasten van de wijk. De vrees dat al dat jong kindergeweld hen zou wegjagen, bleek gelukkig ongegrond. De oudere gasten nemen niet deel aan de activiteiten, maar zijn wel iedere dag aanwezig. Ze waren er ook toen de architecten en de gemeente de plannen kwamen voorstellen. Dit is één van de manieren waarop Yota! de verbinding maakt tussen twee werelden: door een aanpak te gebruiken die typisch is voor het jeugdwerk van JES, namelijk vindplaatsgericht werken.



Aanvankelijk waren de jongeren erg sceptisch. Door stelselmatig aanwezig te zijn en informele gesprekjes aan te knopen is dit wantrouwen veranderd in vertrouwen. De gasten zien dat er daadwerkelijk geïnvesteerd wordt in de kinderen en jongeren van de wijk. En ze zien ook medewerkers die zelf de handen uit de mouwen steken.
Wie in en aan de publieke ruimte werkt, leert zich met scha en schande voor te bereiden op teleurstellingen. Zo bedacht Yota! als ergste scenario voor de cabane dat ze in brand gestoken zou worden. Dat is niet gebeurd. Ook de zandbak heeft standgehouden. En de voetbalgoals zijn niet kapot gegaan door vandalisme, maar door veelvuldig gebruik. De gasten die in de buurt een slechte reputatie hebben, lieten onze bouwsels niet enkel ongemoeid, maar maakten er ook gebruik van. En sommigen boden hun diensten aan bij het afbreken van de cabane en bij het installeren van het zwembad. Anderen spraken de Yota!-medewerker aan om een ‘barre de traction’ (waaraan je je kan optrekken) in de Korte Malibranstraat te installeren.

Op de goede weg

Betekent dit nu dat alle problemen in de Korte Malibranstraat opgelost zijn? Dat alle buurtbewoners en jongeren dikke maatjes zijn? Dat er géén overlast meer is? En geen hondenpoep? Néén. Maar het betekent wél dat daadkracht, volharding en visie vruchten afwerpen. Dat het loont om te zoeken, uit te proberen, bij te sturen, flexibel te zijn. Dat problemen ook nieuwe mogelijkheden kunnen zijn. Dat vijf kinderen op de eerste zomerateliers in 2016 uitgroeien tot 25 kinderen een jaar later, door hen vindplaatsgericht op te zoeken en persoonlijk uit te nodigen. Dat twee animatoren er tien worden. Dat een levendige Korte Malibranstraat tienermeisjes- en jongens aantrekt die normaal op Flagey hangen. Dat een “Flamande qui n’est pas du quartier” het vertrouwen kan winnen van een groep ‘hangjongeren’. Dat deze jongeren ook gewoon jonge mensen zijn, met dromen, illusies en desillusies. Dat een jeugdhuis in de Korte Malibranstraat zéér veel potentieel heeft! En last but not least willen we nog een mogelijk vooroordeel ontkrachten. Zowat alle buurtbewoners die zich hebben laten horen, zijn voorstander van een jeugdhuis in hun wijk. Wat het dikke maatjes worden betreft, zijn we op de goede weg!


deel op Google+ deel op Twitter
09/10
blogfoto

Werkpalet zet jongeren op weg naar werk

JES in Gent neemt het voortouw in het project WERKPALET. Met dit project willen we jongeren aanspreken die afhaakten op school, niet werken en ook niet in een opleiding of begeleiding zitten. Samen met hen willen we stappen zetten die hen dichter bij een job brengen. In het jargon worden die jongeren wel eens de zogenaamde NEET-jongeren genoemd. 'NEET' slaat op Not in Employment, Education or Training. En zo zijn er, in Vlaanderen in het algemeen en in Gent in het bijzonder, helaas veel.



Met z'n vieren

We kunnen dit als JES Gent niet alleen. Daarom werken we in een partnerschap: maar liefst vier vzw's gaan binnen dit project op zoek naar jongeren die zelf de weg niet vinden en meer steun of een extra duwtje in de rug nodig hebben. We realiseren dit project samen met vzw Jong, Compaan vzw en De Stap/Word Wijs als onze onderwijspartner.

Een boon voor werk

Dat doen we elk vanuit onze eigen expertise. Het thema 'werk' is niet nieuw voor JES en al helemaal niet voor JES Gent. Met het project 'De Werkweg' dat in 2013 van start ging in Gent, werd veel expertise ontwikkeld en kwam de nood voor dergelijke initiatieven wel erg duidelijk bloot te liggen. Ook vzw JONG en Compaan zijn geen onbekenden in het landschap van de zoektocht naar werk voor de meest kwetsbare jongeren. Met De Stap/Word Wijs kleuren we ons Werkpalet verder in. Zij zijn de evidente Gentse onderwijspartner in dit verhaal. Vier musketiers dus!

(virtueel) outreachend werken

Net omdat het om wel erg kwetsbare jongeren gaat, zullen we met z'n allen de jongeren opzoeken in hun eigen omgeving, vertrouwen opbouwen en de tijd nemen om samen obstakels te overwinnen. Het project wil jongeren tussen 18 en 25 jaar oud op weg zetten naar werk. We gaan effectief de wijken in en gaan vanuit een bestaand netwerk van jeugdhuizen, andere organisaties, op de pleintjes, in de straten, tijdens evenementen, op zoek naar jongeren die dat extra duwtje nodig hebben. We gaan voor een vernieuwde virtuele vorm van vindplaatsgericht werken: we willen ook aanwezig zijn op sociale media, fora, … want ook dat zijn vindplaatsen. Compaan en onze onderwijspartner gaan via een breed netwerk outreachen: de geijkte paden worden even verbreed om zo de meest kwetsbare jongeren alsnog aansluiting te doen vinden.

Money money money

Wij worden hiervoor gesubsidieerd door ESF, Stad GENT, de Vlaamse overheid en dit in een partnerschap met VDAB. Ook dat mag gezegd!

Voor JES kan je terecht bij Griet De Wachter (coördinator Gent) en bij Hanadi Nam (arbeidstrajectbegeleider).

deel op Google+ deel op Twitter
05/10
blogfoto

NXT: een tussentijdse balans

NEET's zijn jongeren die niet werken, geen onderwijs volgen en evenmin deelnemen aan een training of opleiding. In Brussel gaat het om ongeveer 15% van de jongerenpopulatie tussen 15 en 25 jaar.
Sinds twee jaar loopt bij JES het NXT-project: we zoeken NEET-jongeren op in hun eigen omgeving, we verkennen samen hun potentieel en werken acties uit waarmee ze hun afstand tot de arbeidsmarkt verkleinen.


Eerder schreven we een blog met de ervaringen van onze medewerkers, inmiddels hebben we een rapport klaar met achtergrondmateriaal, cijfers en getuigenissen.
deel op Google+ deel op Twitter
05/05
blogfoto

Dit is hoe onze horeca-instructeur Hilde jongeren warm maakt voor keukenhygiëne en klantenservice

Al jaren is Hilde Schuerman instructeur bij onze opleiding horeca. Sinds kort focust ze zich op bijscholingen en haar favoriete stokpaardjes: keukenhygiëne en klantgerichtheid. Stilzitten is niet besteed aan deze spring-in-'t-veld. Een gesprek!

Je geeft coachings over HACCP, wat is dat? De hygiëneregels in de keuken, neem ik aan.
"HACCP is een Engels acroniem. Het betekent Hazard Analysis and Critical Control Points. Het is een risico-inventarisatie voor voedingsmiddelen. De Nederlandse vertaling is: gevarenanalyse en kritische controlepunten. Het gaat met andere woorden niet enkel over handen wassen, maar veel meer dan hygiëne alleen. Het bestaat uit erg veel theorie."

Hoe breng je zo’n theoretische materie voor een kortgeschoold publiek?

"Ik heb twee uitgebreide theoretische cursussen gevolgd en nadien heb ik iets op maat van mijn cursisten moeten bedenken. Het is in de eerste plaats niet makkelijk om het allemaal uit te leggen, zeker in verschillende talen. Maar je hebt niets aan de theorie als je niet weet hoe je die moet toepassen. En als cursisten niet begrijpen waarom, krijg je hen niet mee. Dus die twee zaken zijn voor mij belangrijk. Deze bijscholingen organiseer ik in opdracht van Tracé voor de werknemers van de sociale restaurants van het samenwerkingsverband Maïzenne. Ik probeer hen, hoe moet ik dat zeggen, een beetje een fobie te geven voor beestjes." (Hilariteit)


“Ik probeer hen een beetje een fobie te geven voor beestjes.”
Hilde Schuerman




Het is niet bij de bijscholingen gebleven. Hoe ben je er toe gekomen om coachings te geven op locatie?

"Cursisten gaven vaak aan dat ze niet goed wisten hoe ze de regels in de praktijk moesten brengen.
Tenslotte is de toepassing vooral een kwestie van organisatie.
'Kom het dan allemaal maar eens uitleggen aan mijn baas.', zeiden ze dan. En dus heb ik besloten om naar hun werkterrein trekken."

Het is een kwestie van organisatie, zeg je?

"Elk restaurant is anders. Dus moet je zo’n ruimte eerst goed indelen. Je begint met een plek in de keuken te voorzien voor alles wat vuil is. Vervolgens heb je een duidelijke andere plaats nodig waar je bijvoorbeeld alles gaat versnijden. De afwas moet ook op een afzonderlijke plek. Afwassen en dingen versnijden kan je niet doen op dezelfde plek. Dan zijn er de bewaartijden. De temperatuur van diepvries en koelast moet ook nauwkeurig opgevolgd worden. Chemische besmetting (bv. de zeep die werknemers gebruiken) en handdoeken zijn vaak zorgenkindjes."


"Alleen met het vingertje wijzen, daar heeft niemand een boodschap aan."
Hilde Schuerman


Wat je in wezen doet, is mensen handenvol extra werk geven. Kan je tips geven over hoe je zoiets best aanbrengt?
"De meeste feedback die ik geef, probeer ik individueel aan de personen in kwestie te geven. Niet in groep. Ik suggereer ook altijd onmiddellijk een remedie. Alleen met het vingertje wijzen, daar heeft niemand een boodschap aan. Ik neem ook deel aan de activiteit. Ik droog bijvoorbeeld mee af en ondertussen observeer ik. Dat is minder opdringerig."

"Ik stel me ook open op. Ik zeg hen van de meet af aan dat ze me vragen mogen stellen. Ik ben geen inspecteur. Ik geef geen punten. Als ze niet goed weten wat goed is of fout, mogen ze me altijd vragen stellen. Werknemers zijn ook altijd trots als ik hen wijs op wat verbeterd is. Ik zeg uiteraard niet alleen negatieve dingen. Ik zeg ook wat goed loopt."


“Ik droog mee af en ondertussen observeer ik. Dat is minder opdringerig.”
Hilde Schuerman




Ik neem aan dat je kritisch oog niet stil valt na je werkuren. Kan je nog wel rustig genieten van restaurantbezoek?
"Goh, ja. Ik lijd wel aan beroepsmisvorming. Laatst was er in Laken een snackbarretje dat nog maar pas was geopend. Ik zag het onmiddellijk: onderaan de stoelen was het verpakkingsplastic nog niet helemaal verwijderd. Onder een van de tafels merkte ik plakkerige sporen opgedroogde cola. Nochtans de uitbater zag er zeer verzorgd uit. En zijn koeltoog zag er ook oké uit. Toen ging ik naar het toilet. Die was echt vies. Ik ben toen op de uitbater afgestapt en gezegd: “Ik geef hygiënecursussen. Er zijn een aantal zaken waar je aandacht aan moet besteden. Ze gaan je op een dag komen controleren en die tafel en de toiletten moeten piekfijn in orde zijn.”
Hij bedankte me. ‘Lief dat u het zegt, mevrouw.’"

Men aanvaardt zo’n kritiek, zomaar zonder slag of stoot? Ik ben verbaasd.

"Je moet niet zeggen: 'Je toilet is smerig.', maar onmiddellijk al een oplossing aanreiken.
Ik zag ook dat die kerel echt zijn best deed. Dan wordt zo’n kritiek echt aanvaard."

Je geeft ook zaalcoaching. Hoe gaat dat in zijn werk?
"Ik kom aan wanneer de zaalploeg al bezig is met de mise en place. Dan kan ik observeren hoe ze aan de slag gaan. In sommige zaken liggen de spullen er nog van de dag voordien. Ze beginnen te borstelen. Het opwaaiende stof dwarrelt overal neer… De manier van tafels dekken spreekt bijvoorbeeld ook boekdelen. Men kan dat met stijl doen of lomp."

"Het is leuk om erbij te zijn als de werknemers al aan het werk zijn: dan kan je bijsturen. Maar niet iedereen is ontvankelijk voor feedback. Er zijn regeltjes: rechts opdienen bijvoorbeeld. Die zijn minder van tel in sociale restaurants. Mensen als mens behandelen, een warm onthaal verzorgen: daar hamer ik des te harder op. Maar dat is eigenlijk nooit een werkpunt op de plekken waar ik kom."


“Mensen als mens behandelen, een warm onthaal verzorgen: daar hamer ik op."
Hilde Schuerman


Waar komt je interesse voor zo’n coachings vandaan?

"Dat weet ik niet. Maar als achttienjarige heb ik in een bakkerij gewerkt. Ik wist helemaal niet hoe ik me moest gedragen op een werkplaats. Het terrein was me helemaal onbekend. Ik werd daar op de koop toe geconfronteerd met het gezag van een kleine zelfstandige: niet eenvoudig."

"Ik kwam toen uit de humaniora. Ik kon rekenen. Dat moest ik daar veel doen. Heel de tijd hoofdrekenen. Alle namen leren van de pateekes. De mensen leren kennen ook: oude menskes die altijd hetzelfde komen halen, mensen die je aanspreken in het dialect, want anders ben je geen echte, mensen die boos worden als je geen dialect spreekt. Zoals de jongeren met migrantenachtergrond waar ik nu mee werk Nederlands proberen te praten, moest ik me behelpen in het dialect. En in Tervuren kwamen daar nog eens Engels en Duits bij. En Frans uiteraard."

"Ik ging dan naar mijn baas om suggesties door te geven aangaande de organisatie van de winkel. Dan antwoordde hij : 'Ik heb jou niet aangeworven om te denken maar om te werken.'"

Wat deed dat met jou?
"Ja, ik heb dat niet meer gedaan, hé. Ik heb mijn mond gehouden."

Ben je dan bij JES gaan werken om te mogen denken?
(Lacht)

Probeer je nu ergens die persoon te zijn die je toen miste?
"Ergens wel."

Dank u voor het gesprek, Hilde.

"Ik wil nog een evolutie met je delen. Sociale restaurants werken in almaar schonere omstandigheden Soms is er een lichte terugval, maar de kwaliteit stijgt. De druk om te presteren echter ook. Soms hebben de instructeurs minder tijd om zich te focussen op de ontwikkeling van hun personeel."

"Vergeet niet: de werknemers van sociale restaurants hebben vaak geen basis. Dus let er op als je naar een sociaal restaurant gaat- en er zijn er tegenwoordig in onze hoofdstad die hoge toppen scheren- de werknemers zitten in een leerproces. Wees mild."


"Let er op als je naar een sociaal restaurant gaat: de werknemers zitten in een leerproces. Wees mild."
Hilde Schuerman


Wil je meer weten over HACCP of over de publicatie die ze schreef over voedselveiligheid: klik hier en koop onze publicaties.

Wil je graag dat Hilde over de vloer komt in je sociale restaurant of ben je geïnteresseerd in één van haar bijscholingen? Neem contact op met Hilde Schuerman (hilde.schuerman@jes.be - 0470/ 660 605)




Geschreven door Duchka Walraet

deel op Google+ deel op Twitter

Lees ook:


2018-04-19
Voetbaltoernooi SHOOT! blijft een sterk recept
2018-04-19
Voetbaltoernooi SHOOT! blijft een sterk recept
2018-04-18
Jongeren ontwerpen zitmeubel met buurtbudget
2018-03-01
5.000 m² om maximaal te besteden voor de Brusselaars
2018-02-09
Relaas van een straathoekwerker …
2017-12-05
Compagnons: bruggenbouwers in de Kanaalzone
2017-11-13
J100 in Antwerpen: een plek waar jongeren hun verhaal kwijt kunnen
2017-11-09
Korte Malibranstraat
2017-10-09
Werkpalet zet jongeren op weg naar werk
2017-10-05
NXT: een tussentijdse balans
2017-07-26
Bedenkingen bij het goedgekeurde bijzonder bestemmingsplan Tour & Taxis
2017-05-24
Kinderen Baas
2017-05-05
Dit is hoe onze horeca-instructeur Hilde jongeren warm maakt voor keukenhygiëne en klantenservice
2017-03-28
'Investeren in meisjes is investeren in een sterkere samenleving'
2017-03-27
Aan de slag met NEET's: 'We vertrekken vanuit de sterktes van elke jongere'
2017-03-13
Het gonst in Gent
2017-03-06
Een blik in het leven van een straathoekwerker: dossier Kafka
2017-01-16
Bxl Open View: een digitaal mozaïekverhaal dat Brussel in- en uitademt
2017-01-16
''Ik zie het als mijn plicht om mijn leerlingen uit Rollegem eens te confronteren met een grootstad.''
2016-12-20
Wat wensen kinderen en jongeren voor 2017?
2016-12-08
Column: Van kleverige trappen naar het groene geitenparadijs
2016-11-22
Empowered by JES: onze tips & tricks
2016-10-25
Een sterke stad dankzij een sterk jeugdwerk
2016-10-10
Jongeren besturen zelf hun leerloopbaan dankzij SIM-ME
2016-09-26
"Brussel heeft street talent zat"
2016-09-05
1 jaar arbeidscompetentiebegeleiding voor meisjes: de balans
2016-08-26
Instructrice Sarah: “Geef jongeren het gevoel dat ze echt iets kunnen betekenen.”
2016-06-20
Empowered by JES: Pleinpatrons zorgen voor positieve impact op hun buurt
Zoeken in onze blog